|

|
20 oktober 2002,
door Paul Hoes
Hij nam medio 1999 als voorzitter van het
Nederlands Handbal Verbond (NHV) de hamer over van Luub
Hafkamp, die er na tien jaar voorzitterschap de brui aan
gaf. Niet gehinderd maar ook niet beperkt door enige
kennis van de handbalsport en de perikelen binnen het
NHV kwam Wijnand Eissens slechts op basis van zijn
professionele kwaliteiten als interim manager en
organisatiedeskundige puin ruimen bij de met een fors
ledenverlies (terug tot 60.000 leden) opgezadelde
sportbond. En juist in een fase waarin de weg naar de
internationale (sub)top door met name het nationale
vrouwenteam onder leiding van bondscoach Bert Bouwer was
ingezet, was een man met zijn professionele
|
achtergrond van
groot belang. Maar drie en half jaar na zijn aanstelling moet
Eissens constateren dat het niet mee valt om de gedachten en het
handelen binnen de tien afdelingen van het NHV eensgezind te
krijgen.
Hij wist bij het
aanvaarden van het voorzitterschap dat er in het verleden een
situatie was gegroeid waarbij er een (te) grote zelfstandigheid
in beleid van de afdelingen werd gedoogd. "Een situatie die
enerzijds was ontstaan door niet goed afgedekt worden door
deugdelijke statuten en huishoudelijk reglement en anderzijds
oogluikend werd toegestaan. Ik had me bij mijn aanstelling
voorgenomen dat te veranderen en het beleid van de hele bond en
al haar leden 'één en ongedeeld' te maken. Met andere woorden,
als het NHV een besluit neemt dan geldt dat voor alle
afdelingen", legt de 54-jarige inwoner uit Wijk bij
Duurstede uit. "Het huidige bestuur wil niet naar een soort
federatief verband, waarbij de afdelingen ieder hun eigen
beslissingen nemen en beleid voeren".
Na ruim twee jaar
bakkeleien over de statuten en het huishoudelijk reglement werd
op de onlangs ingelaste verbondsvergadering net niet de vereiste
tweederde van de stemmen gehaald, waarna het zittende bestuur
van het NHV unaniem te kennen gaf te zullen aftreden als in
december bij de reguliere verbondsvergadering de stemming niet
gewijzigd blijkt. " En dat is zeer serieus bedoeld",
benadrukt Eissens. "Blijkbaar wantrouwen de afdelingen
elkaar en zijn ze bang om opgezadeld te worden met een door
anderen verzonnen beleid".
Dit voortslepende
probleem is voor Eissens het zoveelste bewijs dat veel
bestuurders op hun positie zitten voor hun eigen gewin of het
typische bobo-gedrag koesteren. Zoals hij al eerder had
meegemaakt bij de Internationale Handbal Federatie (IHF), de
wereld handbalbond, waar mensen en vooraanstaande landen geen
afstand kunnen doen van een in de historie verworven positie en
invloed, hetgeen Nederland op schandelijke wijze de organisatie
van het WK in 2003 kostte. "Ik durf te stellen dat het
huidige bestuur uit mensen bestaat die zich allen richten op het
verbeteren van de handbalsport zonder zichzelf belangrijk te
maken. Daarmee zijn we best een bijzonder bestuur tussen een
hoop andere sportbonden. De kruideniersmentaliteit van de
afdelingen valt me dan ook bijzonder tegen. Ik wil me daar niet
mee verenigen en treed met de anderen echt af als men weigert
het belang van de eensgezindheid binnen het hele HNV in te
zien".
Mocht het zo ver
komen dan kijkt Eissens niet om in wrok. "Zo zit ik niet in
elkaar. We hebben met dit in mijn ogen kwalitatief goede en hard
werkende bestuur best veel bereikt. Financieel en administratief
is alles op orde gemaakt, een grote sponsor is binnen gehaald,
wat voor een niet zo grote sportbond als het NHV een prestatie
genoemd mag worden, we hebben hard aan de talentontwikkeling in
Nederland gewerkt en een sterke handbalvisie voor de toekomst
ontwikkeld. Ook de externe banden met bijvoorbeeld de Europese
Handbal Federatie en het NOC*NSF zijn enorm verbeterd. Daar houd
ik een goed gevoel aan over. Uiteraard heb ik een wrange nasmaak
overgehouden aan het moeten teruggeven van het WK (dat later aan
Kroatië werd toebedeeld, PH). Maar misschien doet het moeten
begraven van mijn ambities om binnen het NHV iedereen dezelfde
kant op te krijgen nog wel het meest pijn. Omdat ik dit
standpunt zo elementair vind wil ik wel tot het gaatje gaan.
Daar zijn we nu dus bij beland".
|